Met zijn twee muziektheaterstukken Aventures en Nouvelles Aventures (voor zangtrio en instrumentaal ensemble) werd Ligeti de uitvinder van ‘de opera in de schemerzone van de taal’: in een virtuoos contrapunt van fonemen, van ademstoten en snikken, schrapt de componist elke noodzaak van tekst en fictie om een universum van zuivere gevoelens te creëren, een scanner van het sociaal welzijn, grappig en brutaal, menselijk tot in het afgrijselijke toe (kortom, alles wat ons aanspreekt).
Kagels Finale en een fragment uit Ligeti’s opera Le Grand Macabre (in kamerversie) maken met zeer veel zorg de voorstelling nog zwaarder: eerstgenoemd werk heeft een wrede pointe en het tweede reikt tot het panische – men hoort immers een coloratuursopraan, bijna in ademnood, de apocalyps aankondigen in oneindige post-rossiniaanse vocalisen.