Die Ursonate van Kurt Schwitters (1887-1948) is een meesterwerk van de vooroorlogse fonetische poëzie; een gedicht waarin de taal, het woord, gereduceerd wordt tot haar kleinste component, namelijk het foneem.

Fonemen en syllaben vormen een meccano van muzikale motieven en thema’s die ritmisch bewerkt, herhaald en gevarieerd worden, net zoals in een klassieke sonatestructuur. Maar meer dan alleen een dadaïstische spielerei, een abstract formalisme of een onverstaanbaar taalsysteem, is Die Ursonate een oertaal die aan de hand van vocale gesten primaire emoties uitdrukt.

 

De jonge talentvolle vocaliste Bénédicte Davin studeerde kamermuziek aan het conservatorium van Luik bij Jean-Pierre Peuvion, Judith Vindevogel en François Deppe. Net zoals Récitations van Georges Aperghis waarmee zij zich reeds liet opmerken tijdens het FENIKS FESTIVAL 1999, is Die Ursonate van Schwitters een theatrale partituur die haar komisch talent en haar vele expressiemogelijkheden goed in de verf zet.

Credits

productie
WALPURGIS
tekst
Kurt Schwitters
vocaliste
Bénédicte Davin
dramaturgie & coaching
Judith Vindevogel

Press

Recensie

‘Er ontspint zich iets als minimal music in fonemen. Razendsnel en glashelder spoedt zich Davin door klinkers en consonanten. Ze goochelt met astmatisch gierende inademingen, vervaarlijk rollende r’s, priemende t’s. In het Scherzo gonst, briest, beiert ze dat het een aard heeft, koert en tsjilpt en gromt ze binnen de onverbiddelijke sonatestructuur. Tel voor tel speelt ze de overrompelende emoties waar ze op dat moment boven staat. Behendig schikt ze ontsnappende bh-bandjes bij het groteske dansje, dat anderzijds weer dikke kousen in zwarte schoenen onthult. Hoewel allesbehalve humorloos blijft de beladenheid van haar act bloedstollend. Snuivend gegniffel uit het publiek valt amper te plaatsen, of het moest van zenuwen zijn. Want zelfs de koddig uitgebeelde desoriëntatie aan het slot – tijdens het opnoemen van het alfabet – is hartverscheurend.’
Margaretha Coornstra, Zwolse Courant