Vincent Dunoyer richt zijn werk naar een totaal onontgonnen ruimte: hij stelt een ‘virtuele’ choreografie voor, een ‘choreografisch object’, doorheen een installatie met drie schermen en negen diaprojectoren, zonder de fysieke aanwezigheid van de danser op de scène.

Als ‘muzikaal object’ koos Dunoyer een étude voor pianola van twee minuten van de Mexicaanse componist Conlon Nancarrow. Zijn extreem complexe kanons inspireerden hem om in analoog tewerk te gaan: aan de ene kant het combinatorische, het complexe en het cijfermatige, maar aan de andere kant ook: de verzorgde ambachtelijkheid, de manipulatie van objecten en kleine machinerieën.

 

De muziek is een steun en een model voor de projectie van een reeks beelden waarop Dunoyer zelf te zien is, gemaakt en bewerkt door Mirjam Devriendt, een Brusselse fotografe. Deze erg anatomische en ouderwets gestyleerde lichaamsbeelden worden afgewisseld met Röntgenfoto’s van het inwendige lichaam.

 

Etude #31 is een choreografie voor een dansend en muzikaal voorwerp.

Credits

coproducenten
WALPURGIS & Springdance
in samenwerking met
Oonagh Duckworth
concept, choreografie & dans
Vincent Dunoyer
muziek
Conlon Nancarrow
fotografie
Mirjam Devriendt
technologie
Alex Fostier
muzikaal advies
Jean-Luc Plouvier
informatica
Richard Bleasdale